Spelen met status is één van de meest uitdagende onderdelen van improvisatie. Het druist in tegen onze volksaard en dat maakt het voor Nederlandse spelers nog moeilijker om het statusspel te spelen. Jammer, want het is een cadeau voor het publiek.

Doordat ik een flinke smak heb gemaakt, ben ik aan huis gekluisterd. Tijd om mezelf helemaal onder te dompelen in series op Netflix. Zo ben ik nu The Tudors aan het kijken. Fantastische serie met veel gekonkel aan het hof. Hendrik VII die als een alleenheerser de lakens uitdeelt en zijn vijanden steeds een stap voor is. Maar dan komt Anna Boleyn op de proppen die hem verleidt. Elke zin die ze uitspreekt, elke stembuiging en elke beweging maakt dat Hendrik zwakker lijkt te worden. Geen enkele handeling van haar is het gevolg van toeval of volkomen zonder motief. Elke handeling geeft een status te kennen. Statuswissel, schoot me te binnen: de meest uitdagende vaardigheid om te oefenen binnen improvisatie en tegelijkertijd ook de allermoeilijkste. Ik nam het boek van Keith Johnstone bij de hand. Een heel hoofdstuk wijdt hij er aan. Jaren geleden heb ik een workshop bij hem gevolgd en daarin behandelde hij status ook uitgebreid. Volgens mij is hij groot fan van meester-knecht-scènes. Daar later meer over.
Statusexpert
Johnstone geeft aan dat we ons in het dagelijks leven steeds verhouden ten opzichte van elkaar. “Ik zou eigenlijk moeten spreken van overheersing en onderdanigheid, maar dan zou ik weerstand oproepenâ€, schrijft hij. Kortom: de ene keer sta jij boven de ander en de andere keer juist eronder. Volgens hem kunnen we nooit neutraal zijn in onze interacties. De boodschappen van de zender zal altijd door de ontvangers geïnterpreteerd worden. Een “goedemorgen†van een klant kan door een manager verlagend worden ervaren en door de bankmedewerker als verhogend. We spelen in het sociale domein steeds statusspelletjes met elkaar, onbewust maar ook deels bewust. Verder heeft hij het over de lage-status-speler, de dwangmatige hoge-status-speler en de statusexpert in de maatschappij. De expert kan zijn status flexibel verhogen of verlagen naar gelang de situatie. Volgens Keith zou elke impro-speler een statusexpert moeten zijn. Als de status op toneel automatisch wordt, zoals in het echte leven, dan kan je ingewikkelde scene’s laten improviseren zonder enige voorbereiding. Hij ziet zijn status-oefeningen als krukken om de acteur te steunen, zodat instinctieve systemen hun gang kunnen gaan.
Vecht, vlucht, freeze
Hij is zich ervan bewust dat dit voor spelers de meest moeilijke vaardigheid is om te ontwikkelen. Dat er onbewust weerstanden kunnen zijn., omdat we een voorkeursstatus hebben die we automatisch hanteren in ons dagelijks leven en deze meenemen op toneel. En dat zie je toch heel vaak tijdens theatersportvoorstellingen. Ons reptielenbrein zorgt er voor dat we in de vecht, vlucht, freeze-houding terecht komen bij lastige situaties. Zo lang spelers zich daar niet bewust van zijn, zullen ze steeds in dezelfde modus schieten. Een over-assertieve acteur die een lage status moet spelen? Zijn lichaam gaat protesteren. Het kan zijn dat hij misschien een hele dominante vader had als klein kind en dat hij besloot als kind zich nooit meer te laten onderwerpen. Wil een impro-speler zich ontwikkelen dan valt er heel wat te winnen door te onderzoeken hoe hij zich verhoudt ten aanzien van status. Daar kan je niet in twee avondjes even aan snuffelen.
Onzichtbare kracht
Ik heb regelmatig les gegeven in statussen en cursisten zijn vaak bereidwillig om dingen te leren. Maar ze vinden het ook moeilijk. Ik probeer de les zo te situeren dat ze vooral gaan ervaren wat kleine dingen met ze doen. Wegkijken en terugkijken. Stembuigingen, ruimtes innemen etc. Daardoor worden de spelers zich er van bewust dat ze al met hun lichaam subtiel een statustransactie kunnen bewerkstelligen zonder verbaal te worden. Ze leren om een zo klein mogelijk statusverschil aan te houden. Ze hebben het snel door en je ziet soms waarachtige scènes ontstaan. Later stap ik over op groot spel, waar de status juist in stand moet worden gehouden. Meestal gebruik ik meester-knecht-scènes, omdat die een duidelijke structuur geven. Johnstone gaf aan tijdens zijn workshop dat de spelers moeten handelen alsof alle ruimte aan de meester toebehoort. Als de meester even niet kijkt, mogen de knechten zich de ruimte toe eigenen maar zodra de meester weer kijkt, moeten ze hun plaats weten. Dit vinden spelers nog moeilijker. De knechten komen steeds de ruimte van de meester binnen en ze zijn vaak veel te bijdehand. Te gelijkwaardig. Terwijl de bedoeling is dat de meester zijn status steeds blijft behouden. Het lijkt wel alsof een onzichtbare kracht de spelvloer overneemt. De knechten weten gewoon niet hun plaats.
Volksaard
Ik heb er vaak over nagedacht waarom het voor improvisatiespelers zo moeilijk is om het statusspel te spelen waarin één speler de bovenliggende partij is ten opzichte van de andere. En ik ben tot een hypothese gekomen: “Nederlandse impro-spelers kunnen slecht met statussen spelen omdat dit niet in hun volksaard ligtâ€. Het is dus geen onwil maar onvermogen. Ze hebben de sociale codes tussen de statussen niet door. Een boude stelling, ik weet het. Maar ik zal het nader toelichten. Wij Nederlanders zien onszelf als egalitair. Doe maar gewoon dan doe je gek genoeg. Je moet niet denken dat je beter bent dan een ander. Zo zien we ons zelf graag. We houden gewoon niet van gezagsverhoudingen. Buitenlanders zien ons al eeuwen als bot, daar zijn hele verslagen over gemaakt. Wij zien onszelf eerder als informeel en direct. Ook als je het naar het bedrijfsleven in het buitenland kijkt, zijn we hier vrij informeel. Ik stap zo naar de directie van mijn organisatie. Dat moet ik in Frankrijk niet proberen. Kijk ook naar hoe wij met ons koningshuis omgaan. Lex en Max beetje te kakken zetten tijdens Lucky tv. Maar we houden van ze omdat ze zo lekker gewoon zijn gebleven. Daarom doen we niet zo moeilijk over het koningshuis en willen we wel koningsdag in ere houden. Onze premier Rutte is ook al zo’n benaderbare gast. Grijs, visieloos, maar wel benaderbaar. Kun je makkelijk een biertje mee drinken.
Als je naar de cultuur van Nederland kijkt, is onze volksaard een product van de oude verhoudingen tussen adel en burgerij. De afstanden tussen deze twee groepen was in Nederland veel kleiner dan bijvoorbeeld in Frankrijk, waar de standsverschillen veel groter waren. In Frankrijk en Engeland had je meer een hofcultuur waar de nar goed in kon gedijen. De nar mocht het gezag van de heerser ter discussie stellen maar hij wist ook tot hoever hij kon gaan. Anders ging zijn kop eraf. Door onze calvinistische achtergrond hebben wij de neiging om met een vingertje te wijzen. Wij kunnen heel makkelijk mensen van de bovenste rots afduwen zodat men weer met beide beentjes op de grond komt. Als we merken dat iemand anders de lage status wordt ingetrapt, komt ons rechtvaardigheidsgevoel naar boven en zorgen we dat hij weer bij de groep komt.
Zonnekoning
Allemaal positieve eigenschappen waardoor het in Nederland eigenlijk wel goed toeven is. Maar het beperkt ons wel als impro-spelers. Steeds gelijkwaardig willen zijn wat statussen betreft, zorgt voor middelmatigheid. Het spel van de status spelen en dit zien als touwtrekwedstrijd, waarin steeds een winnaar is en een verliezer is, en hier de grootste lol in hebben is een geschenk aan het publiek. Het zou mooi zijn als hier meer aandacht voor komt. Let op je status. Wees een Zonnekoning en wees een lakei waar de koning zijn voeten op mag afvegen.