Ruim 30 paar kinderogen kijkt mij vol verwachting aan. Een enkeling zit diep weggedoken bij papa of mama, wat er ook bij hoort als je naar je aller-aller-allereerste voorstelling gaat. De blikken in hun ogen vertellen mij een heleboel. Van de ‘kom-maar-op-ik-lust-je-rauw-blik’ tot de ‘vraag-mij-maar-liever-niets-blik’. Het is allemaal oké.
De eerste paar seconden zijn cruciaal voor het verloop van deze middag. Het waait buiten behoorlijk. echt wel stormachtig te noemen. Daar heb ik dus rekening mee te houden. Ik adem in, scan de zaal en zeg: “Hoi! wat leuk dat jullie er zijn. Ik ben Juutje het stuudje van de school van Fantasie” Het stormt óók een beetje in mijn buik, op een fijne manier. De eerste voorstelling van 2015 is weer gestart. Meespeeltoneel voor en mét kinderen.
Fantasie
“Wat is dat eigenlijk, fantasie?”, vraag ik. De kinderen verwonderen mij met hun antwoorden (“in je hoofd”, “als ik droom”, “iets wat je verzint”) en we concluderen dat het iets is dat eigenlijk niet kan. Prachtig! De storm buiten zorgt voor onrust, dus Juutje en de kids oefenen met vingers opsteken want “Juutje kan alléén maar vingers horen”. Het blijkt een gouden zet voor de structuur van het aankomende uur.
Accepteren
Contact houden en accepteren is het mantra dat Juutje en ik hanteren. En het werkt, want het jonge publiek voelt zich op zijn gemak, ligt languit op de kussens of zit op het puntje van de stoel. Alles is oké.  Oók als Juutje bij de vraag: “noem eens een sprookjesfiguur” als antwoord krijgt: “Ik heb vandaag al gesport” (en ja, de kleine man had écht zijn vinger opgestoken). Ouders gniffelen. Hoe gaat ze zich hieruit redden? Geen paniek mensen, want hoe kón Juutje dit vergeten? Voordat het sprookje begint, is het van allergroots belang ff een rondje ‘wie heeft ook al gesport vanmorgen’ te doen. Zo gezegd, zo gedaan. Een uur later hebben we monsters opgewarmd, fantasie tekeningen gemaakt, gezongen over dino’s, heel bijzonder speelgoed ontmoet én de boze koning laten lachen.
Inzichten
Kost improviseren voor kinderen veel energie? Ja. Maar het levert me ook tien keer zoveel energie op. En je kunt er nog een hoop van leren ook. Mijn drie persoonlijke inzichten van deze voorstelling zijn:
1. Als het buiten stormt, zijn kinderen bewegelijk en willen het podium op. Dus een spelvorm die veel kinderen uitnodigt om mee te doen, is fijn! (bv. een koortje, schilderijen maken en koning Deftig)
2. “Ik kan alleen maar vingers horen” werkt als een tierelier en geeft een vrijbrief om schreeuwende kids niet te horen
3. Als kinderen een fijne tijd beleven, is dat een 3-dubbele win-win-win voor de spelers, kinderen én … ouders!
Improviseren voor en mét kinderen; is dat je grootste uitdaging of juist niet? Ik ben benieuwd wat jouw ervaringen en inzichten zijn. En kom natuurlijk gerust eens kijken, elke tweede zaterdag van de maand bij www.wijzijnhatseflats.nl
