Het is pauze. De spelers zijn het erover eens: het gaat niet slecht, maar het dak gaat er nog niet af. Ik sta in een hoekje van de kleedkamer met een biertje en tel af. 3…2…1… En ja hoor. ‘Er moet wat meer energie in’, zegt iemand. Iedereen knikt. Onzin, denk ik bij mezelf. Lees hier wat ik eigenlijk had willen zeggen.
‘Jongens, luister. We spelen helemaal niet met te weinig energie. Wat ik mis is eerder een gebrek aan rust en concentratie. Echt goed luisteren naar elkaar, spelcontact maken en emoties laten binnenkomen. De tijd nemen om eerst naar de intro van de pianist te luisteren in plaats van overhaast een lied te beginnen.’
‘Als we nu allemaal gaan roepen dat er meer energie in moet, dan weet ik al wat er gaat gebeuren. We gaan straks helemaal hyper het podium op. We gaan nog gekkere typetjes spelen en nog meer rennen, vliegen, vallen, opstaan en weer doorgaan. Dat kan inderdaad een impuls geven. Maar het kan ook heel erg rommelig worden. Gevolg: heel veel gooi- en smijtwerk en nog meer gemiste kansen. Was een gebrek daaraan echt het probleem van de eerste helft? Volgens mij niet. Kijk elkaar in de ogen. Concentreer je op de impulsen die je voelt. Vergeet die onzin over meer energie en speel in het moment. Laat het gebeuren en geniet ervan. En laten we nu het podium weer opgaan, het publiek wacht.’
