Improblog

Blik op improvisatie

Het hoe en waarom achter Alpacas

‘Eindelijk een improvisatieprogramma met mensen die daadwerkelijk kunnen improviseren!’ ‘Hopelijk wordt het anders dan de Lama’s!’ Deze reacties hoorde ik veel uit de improscene nadat bekend werd dat ik meedoe aan het nieuwe tv-programma ALPACAS. Nu de eerste aflevering is geweest, heeft iedereen kunnen zien dat het qua stijl en beelden veel overeenkomsten heeft met de illustere voorganger. Mogelijk meer dan de oorspronkelijke enthousiastelingen lief is. Dat is echter geen toeval en niet uitsluitend omwille van de herkenbaarheid. Er is een simpele reden voor: TV is geen theater. Daarom in deze blog: waarom ALPACAS is wat het is, doet wat het doet en er uit ziet zoals het er uit ziet.

Schermafdruk 2015-10-31 11.12.42

Graag neem ik jullie mee langs bij theatersporters veelgehoorde kritieken op de Lama’s die wellicht ook op ALPACAS van toepassing zijn.

Waarom is het spel zo statisch?

Tijd voor een experiment!

-Neem een lege wc-rol
-Ga naar een theatersportvoorstelling (ja, nu ja. Ik wacht.)
-Ga op de eerste rij zitten en bekijk de voorstelling door de wc rol
-Optioneel: negeer de bevreemde blikken van de overige mensen in het publiek

Waarschijnlijk heb je ervaren dat bijvoorbeeld een draaideur op deze wijze makkelijker te volgen is dan een musical. Dat ‘talking heads’, hoewel vaak oersaai in het theater, prettiger wegkijken door de wc-rol dan een dansping. En dat wanneer je maar één speler kunt vangen in je beeld, het een stuk lastiger is om mee te krijgen wat er nog meer gebeurt buiten beeld, ook al kun je het wel horen.

Gefeliciteerd! Je hebt jezelf getransformeerd in een camera en wat je ervaren hebt zijn feitelijk shots. Een van de televisiewetten is: wat je niet ziet, gebeurt ook niet. Een meter afstand op de vloer lijkt op tv drie meter. Daarom staan we als spelers zo dicht op elkaar in de scenes. En daarom rennen en vliegen we niet het hele podium over. Interactie tussen spelers kijkt lekkerder weg als je beide spelers in beeld ziet. Ook inspringen in een scene van iemand anders gebeurt weinig. De camera moet dat namelijk maar net goed maar vooral ook tijdig in beeld krijgen, anders is je hele scene onbruikbaar. Daar komt nog bij dat het verwarrend voor de kijker kan zijn. Als het wordt aangekondigd als een spel voor speler X en Y, verwacht de kijker niet dat speler Z er ineens tussendoor komt fietsen.

Bijkomend effect is dat de kijkers door al die close-ups ons als spelers goed leren kennen. Het feit dat we zes totaal verschillende types zijn helpt hier ook enorm bij. Naarmate wij en de games die we spelen bekender worden kan het shot steeds ruimer en de vorm steeds losser worden.

Waarom zit er zo weinig muziek in?

Naar verluidt zapt de helft van de kijkers weg op het moment de muziek start bij De Wereld Draait Door om een minuut later weer terug te keren. Dus hoewel er enkele fantastische zangers in ALPACAS zitten en er een geweldige pianist is, doen we weinig tot niets met muziek. We moeten de kijkers nu eenmaal vasthouden. Zoals jullie wellicht ook opgevallen is: er is weinig begeleidende muziek op de achtergrond bij scenes. Dit heeft een hele simpele reden: een scene met doorlopende muziek eronder kun je niet monteren. Zelfs al knip je twee seconden (bijvoorbeeld een hoestbui) uit een scene: de achtergrondmuziek hapert en de scene is niet meer bruikbaar om uit te zenden.

Waarom zijn het zulke simpele games?

De spelers staan op een rij, ze krijgen een opdracht, stappen naar voren en maken een grap. In een geïmproviseerde theatershow zie je dit type ‘schietspelletjes’ zelden, terwijl het de basis-structuur is van de meeste games die te zien zijn in ALPACAS. De reden? Het is voldoet alle televisiewetten en –voorwaarden. Je kunt een close-up van een speler maken en in hetzelfde shot de reacties van de spelers op de achtergrond zien, het is om te lachen, je kunt er naar harte lust in knippen en monteren. Bovendien snap je de game ook als je als argeloze kijker halverwege invalt. De spellen die we spelen, moeten in één zin uit te leggen zijn, anders haakt een deel van het publiek af omdat ze het niet kunnen volgen. Een groot deel van mijn favoriete vormen uit de theatersportwereld valt daardoor af. Kunnen we dan geen meer verhalende scenes spelen? Tuurlijk wel! En dat doen we ook. Een Iets Anders of een Emotionele Roetsjbaan zijn in principe prima verhalende scenes, alleen spelen wij ze in een moorddadig tempo.

Maar dan is het toch meer amusement dan impro?

Juist! Althans, het is improvisatie gericht op de lach.

Wat moet ik hier als improspeler nu van vinden?

Denk je na dit alles ‘Ja maar, ik wil wel de mis-en-scene zien’ of ‘ik hou wel van muzikale scenes of ‘speelt toch eens een total impro’. Bedenk je dan dat jij misschien niet de doelgroep bent. Sterker nog: jouw goedkeuring zou wel eens het tegenovergestelde kunnen zijn van wat bedoeld is. Het programma is niet te plat / makkelijk / op de lach gericht, maar jij – als doorgewinterde improspeler – bent misschien te verwend, een te ervaren kijker. ALPACAS is zo opgezet dat iemand die nog nooit impro gezien heeft, geen verhaalstructuur kan herkennen of nimmer een stap in het theater zette tóch direct mee kan lachen omdat hij snapt wat er gebeurt. Het is een programma dat gericht is op vermaak voor de massa, niet op het laten ervaren van de magie van improvisatie voor de fijnproever. Als dat wel gebeurt, is dat een geweldige bijvangst en daar ligt een belangrijke uitdaging voor mij als speler! En wie weet: misschien, heel misschien, kijkt er ergens in Nederland een jongeling naar ALPACAS die zo geïnspireerd raakt door een van onze scènes dat hij besluit om zaaddonor te worden. Dan is mijn missie geslaagd.

Over Thomas Hoogendoorn

Begonnen bij Kâttekwaod, gewonnen met Man met Snor, ALPACA van dienst

Zoeken

Over Improblog

Improblog is een verzamelplaats voor iedereen met interesse in improvisatietheater. Verschillende acteurs en trainers delen er hun visie, mening en ervaring.

Eindredactie: Sytse Wilman
Sitemaster: Victor Romijn
Ontwerp & advies: Doris Bartels

De vijf meest recente berichten:

  • De wereld een klein beetje beter improviseren
  • Zelf een impro-evenement opzetten: 7 tips
  • Internationaal improfestival opent meer poorten voor Nederlandse spelers
  • 5 topwedstrijden om naar uit te kijken op het NTT
  • Doe mee met de Improblog NTT 2022-pool!

De afgelopen maanden:

  • mei 2023 (1)
  • februari 2023 (1)
  • oktober 2022 (1)
  • september 2022 (1)
  • augustus 2022 (2)
  • juni 2022 (1)
  • mei 2022 (1)
  • april 2022 (1)
  • januari 2022 (1)
  • augustus 2021 (2)
  • juli 2021 (1)
  • april 2021 (1)
  • maart 2021 (1)
  • februari 2021 (1)
  • januari 2021 (1)
  • december 2020 (1)
  • mei 2020 (1)
  • april 2020 (2)
  • maart 2020 (2)
  • februari 2020 (1)
  • december 2019 (1)
  • november 2019 (1)
  • september 2019 (1)
  • juni 2019 (2)
  • maart 2019 (2)
  • februari 2019 (2)
  • januari 2019 (2)
  • december 2018 (1)
  • oktober 2018 (4)
  • september 2018 (2)
  • juli 2018 (1)
  • juni 2018 (3)
  • mei 2018 (4)
  • april 2018 (3)
  • maart 2018 (1)
  • februari 2018 (5)
  • januari 2018 (2)
  • december 2017 (3)
  • november 2017 (3)
  • oktober 2017 (3)
  • september 2017 (2)
  • augustus 2017 (3)
  • juli 2017 (2)
  • juni 2017 (3)
  • mei 2017 (5)
  • april 2017 (3)
  • maart 2017 (5)
  • februari 2017 (3)
  • januari 2017 (5)
  • december 2016 (8)
  • november 2016 (5)
  • oktober 2016 (3)
  • september 2016 (3)
  • juli 2016 (3)
  • juni 2016 (3)
  • mei 2016 (3)
  • april 2016 (5)
  • maart 2016 (6)
  • februari 2016 (3)
  • januari 2016 (5)
  • december 2015 (3)
  • november 2015 (4)
  • oktober 2015 (3)
  • september 2015 (4)
  • augustus 2015 (5)
  • juli 2015 (5)
  • juni 2015 (6)
  • mei 2015 (6)
  • april 2015 (5)
  • maart 2015 (6)
  • februari 2015 (8)
  • januari 2015 (6)
  • december 2014 (8)
  • november 2014 (12)