Hoe graag ik ook werk met gevorderde spelers, ik blijf daarnaast als het even kan ook les geven aan beginnende improvisatoren. Drie redenen waarom.

‘Geef je ook de vervolgcursus?’ vragen veel van de deelnemers aan de beginnerscursus theatersport die ik geef bij het Amsterdamse CREA. Het antwoord: soms wel, soms niet. Het is maar net wat in de planning en organisatie het beste uitkomt. Komend semester geef ik bijvoorbeeld op dezelfde avond de cursus Theatersport I (voor mensen die nog nooit zoiets gedaan hebben) én III (voor mensen die de eerste twee cursussen gevolgd hebben). In gesprekken daarover proef ik vaak bij de cursisten lichte verbazing als ik vertel dat het me niet zoveel uitmaakt. Zij zien het niveau omhoog gaan bij zichzelf en hun mede-cursisten en het lijkt dan ook niet meer dan logisch dat ik als docent liever op een hoger niveau werk. Toch is dat niet het geval. Sterker nog, ik blijf naast vervolgcursussen en ervaren improvisatie-groepen het liefst ook lesgeven bij beginnersgroepen. Om de volgende redenen:
1. Het enthousiasme
Toen ik werd benaderd om een cursus te verzorgen, zat ik als spelers in een fase waarin ik de aanvankelijke lol in improviseren een beetje kwijt was. Dat gebeurt bij veel spelers, de frisse onbevangenheid die voor zoveel plezier zorgt, vervaagt. Nieuwe vormen en uitdagingen kunnen dat soms weer wat terugbrengen. Maar bij mij heeft het werken met beginners me ook enorm geholpen. Zij waren vaak super-enthousiast over de dingen waar ik zelf wel op uitgekeken was. Dat enthousiasme werkt aanstekelijk en houdt me ook bij de les: hoeveel plezier je ergens in hebt, is in hoge mate afhankelijk van je eigen instelling.
2. De uitdaging
Mijn beginnerscursussen worden bevolkt door zeer gevarieerde groepen. Gedreven theaterliefhebbers, vaak met ambitie op het gebied van cabaret, stand-up comedy of toneel. Cursusfanaten, die zo ongeveer het hele aanbod aflopen en na fotografie, dans en pottenbakken aan theatersport toe zijn. Fans van improvisatie-programma’s op tv. En, ook veelvoorkomend, mensen die iets komen overwinnen en bijvoorbeeld moeite hebben om voor hun werk of studie een presentatie te geven. Juist die diversiteit in achtergrond, motivatie en ambitie maakt het voor mij heel leuk om deze groepen te werken. Het is per persoon een uitdaging om zover mogelijk te komen. En om er een team van te smeden. Bij de vervolgcursussen zijn de groepen minder gevarieerd: vrijwel iedereen die zich daarvoor inschrijft, heeft de eerste cursus gedaan en vond dat dermate leuk of leerzaam dat hij besloot ermee door te gaan.
3. Het voorrecht
De ruim tien jaar dat ik nu op podia en in oefenruimtes sta te improviseren hebben me veel gebracht. Ik heb er veel plezier aan beleefd, ik heb er veel leuke mensen door leren kennen en ik heb er veel door geleerd, inzichten die me zowel op als naast het podium van pas komen. Ik verdien zelfs voor een belangrijk deel mijn geld met improvisatie, als trainer voor cursussen, improgroepen, scholen en bedrijven. Ik vind het dan ook een voorrecht om anderen in het improviseren te introduceren. Het is ontzettend leuk om oud-cursisten later tegen te komen bij verenigingen of om zelfs samen met hen te spelen. Ook een reden om dat te blijven doen.